skip to main content
De weerbarstige gevel van 'de Rietveld'

Het Lever House is een glazen wolkenkrabber aan Park Avenue in Manhattan. Het was een van de eerste wolkenkrabbers in New York met een zogeheten vliesgevel. Een niet dragende constructie uit lichte materialen die de afscheiding vormt tussen binnen- en buitenkant. De Stadionkade is geen Park Avenue, maar wie daar loopt en naar de Rietveld Academie kijkt, ziet precies zo’n gevel. Achter het glas zitten de werkruimtes van de huidige lichting studenten, in het glas schuilt een geschiedenis op zich.

‘Oord van verbanning’

Tijdens een lezing in 1953 wil meubelontwerper en architect Gerrit Rietveld graag iets kwijt over de vraag of hoogstaande architectuur mag bestaan uit vooraf gemaakte onderdelen. ‘Dat dit kan en dat het erg mooi kan zijn, is te zien aan het Lever House in New York. (…) Een gelijkmatige doorvoering van roestvrij staalprofielen en twee soorten glas, wat in één woord prachtig is.’ Wat de bezoekers van die lezing misschien niet weten, is dat er meer schuilgaat achter deze opmerking dan bewondering. Twee jaar eerder dient de architect, geadviseerd door Benjamin Merkelbach, al een eerste ontwerp in voor het nieuw te bouwen Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs. De locatie hiervoor is niet de Fred. Roeskestraat, maar een braakliggend stuk grond vlakbij het Amstelstation. In dit ontwerp leunt Rietveld sterk op de inspiratie die hij opdeed in New York. Toch zal zijn constructie van glas en beton niet op deze plaats, waar nu restaurant Dauphine zit, worden gebouwd. De locatie is volgens het bestuur ongeschikt omdat het ‘sociaal en cultureel een oord van verbanning is’.

Gerrit Rietveld (r), samen met Willem Sandberg
Stadsarchief

Open karakter

Bestuur en gemeente moeten op zoek naar een nieuwe plek en Rietveld gaat terug naar de tekentafel. Het duurt tot eind 1954 voordat er een nieuwe locatie en een nieuw ontwerp zijn. Hiervoor grijpt de architect nog meer terug op zijn Amerikaanse inspiratie. Voor het nieuwe gebouw maakt hij een ontwerp dat is ingedeeld in vierkante delen van zes bij zes meter en dat moet worden gebouwd met moderne prefabtechnieken. ‘Een gaaf rhytmisch betonskelet, niet verder bekleed, dan voor goed onderhoud en aangenaam gebruik wenselijk is.’ De belangrijkste wijziging ten opzichte van het vorige ontwerp is dat de gevel niet meer dragend is. Dit biedt ruimte voor een glazen vliesgevel, net als in New York. Dit glazen gordijn symboliseert het open karakter dat in Rietvelds ontwerp centraal staat. Niet alleen van binnen naar buiten, maar ook tussen de verschillende lokalen en ateliers moeten zichtlijnen ontstaan. Studenten moeten geïnspireerd raken door elkaars ideeën, dus moet er zo veel mogelijk openheid zijn. Te midden van sobere kleuren en simpel materiaal zorgen de studenten en hun werk voor kleur.

De Rietveld Academie, vlak na oplevering
Stadsarchief

Arnhem

Vanuit deze visie ontwerpt Rietveld niet alleen een school in Amsterdam, maar ook in Arnhem. Hoewel het proces daar later van start gaat, is er minder gedoe met locaties en goedkeuringen waardoor het gebouw er veel sneller staat. Er wordt in Arnhem al lesgegeven terwijl er in Amsterdam nog niet eens een fundering ligt. Dat blijkt vervolgens alleen nog maar voor meer vertraging te zorgen. Oorzaak: de glazen vliesgevel. Die blijkt in Arnhem namelijk al snel te lekken en bovendien te zorgen voor problemen met de temperatuur. Het slecht geventileerde pand is ijskoud in de winter en loeiheet in de zomer. Flauwvallende leerlingen in Arnhem zorgen ervoor dat het bestuur in Amsterdam zich achter de oren krabt. Toch lukt het de architect om hen te overtuigen. Hij past de gevel aan en zet zijn ontwerp door. Begin 1964, 14 jaar na het besluit voor een nieuwe school, begint men eindelijk te graven. Maar de heipalen zijn nog niet eens allemaal geslagen, als Gerrit Rietveld in de zomer van dat jaar overlijdt. Zijn partners ronden de bouw af en als eerbetoon wordt de school vernoemd naar zijn architect.

Studenten in de jaren '90
Ton van Rijn

Renovatie

Generaties kunstenaars studeren er in de decennia die volgen. Eind jaren negentig klinkt de roep om renovatie steeds luider. Een kostbare ingreep, omdat het pand na dertig jaar flink is aangetast. Het doel van de renovatie is om het gebouw zo veel mogelijk terug te brengen naar het originele ontwerp. Belangrijk discussiepunt: de vliesgevel. Want hoe mooi en typerend die ook is, hij is van enkelglas en zorgt nog steeds voor problemen. Niet alleen bij studenten en docenten die bij 40 graden moeten werken, maar ook bij het bestuur dat inziet dat het gebouw niet meer voldoet aan de hedendaagse normen omtrent isolatie. Het blijkt echter niet mogelijk om binnen het beschikbare budget beter te isoleren, zonder het zicht door de ramen te verminderen. De originele gevel blijft.

De gevel na renovatie in 2004
Doriann Kransberg

Uitbreiding

In de jaren daarna is niet die isolatie maar ruimtegebrek het grootste probleem op de academie. In de periode van de renovatie is er al een nieuw gebouw geplaatst, maar dat blijkt niet voldoende. Er dreigt een verhuizing, er volgt een protest en na veel gesteggel blijft de Rietveld op dezelfde plek. Wel breidt de academie uit met nog een nieuw gebouw. Sinds 2019 zitten alle onderdelen van de academie na lange tijd weer samen op één locatie. Het is dus te verwachten dat ze daar voorlopig ook wel blijft. Dit roept echter vragen op over een probleem dat inmiddels al meer dan een halve eeuw speelt: de vliesgevel.

Student van de Rietveld
Jan Vonk

Getty Foundation

De glazen vliesgevel is een ironisch twistpunt. Die stond weliswaar centraal in het ontwerp, maar Rietveld was ook de man die zei ‘dat we de architectuur van heden niet moeten beschouwen als passend voor de toekomst, of bouwen alsof we al weten wat dan nodig zal zijn’. De school die er is om nieuwe ideeën te prikkelen, houdt vast aan het oude concept. De monumentale status sinds 2002 draagt daar ongetwijfeld aan bij. Wat Rietveld van al dat behoud zou vinden zullen we nooit weten, maar binnen de tijdsgeest past het wel. Deze zomer werd bekend dat de Getty Foundation geld beschikbaar maakt om dit belangrijke voorbeeld van twintigste eeuwse architectuur te conserveren. Er is een onderzoeksgroep aangesteld om te kijken hoe dat het beste kan. Het belangrijkste vraagstuk? U raadt het al.

Dit is de vijfde aflevering in een serie over Rijks- en gemeentelijke monumenten in en rond Zuidas. De eerste aflevering ging over de Thomaskerk. De tweede over de oude rechtbank. De derde over de Europahal. De vierde over het Burgerweeshuis.

Tekst: Jort van Dijk

Geef uw mening

frank schuurmans

leuke serie! beter dan 4x in 1 nieuwsbrief vermelden dat er ergens bomen gekapt moeten worden. Die worden toch ook weer ergens bijgeplant?