Bereikbaarheid

Mobiliteitsonderzoek levert data voor ander reisgedrag

Om Zuidas bereikbaar te houden, zijn investeringen nodig in de vervoersinfrastructuur. Denk aan Zuidasdok. Maar ook beïnvloeding van reisgedrag is een deel van de oplossing. Het Mobiliteitsonderzoek 2019 levert voor beide een schat aan informatie.

Geen files, een handjevol reizigers in het openbaar vervoer. Op dit moment lijkt de bereikbaarheid van Zuidas bepaald geen actueel onderwerp. Dat was tot de lockdown wel anders. Niemand weet hoe het straks verdergaat, maar één ding is zeker: blijven nadenken over de bereikbaarheid van Zuidas in de toekomst is noodzakelijk. Het Mobiliteitsonderzoek levert data over reisgedrag, die daarbij hard nodig zijn. Sinds 2014 is dit onderzoek vier keer uitgevoerd, op initiatief van de Taskforce Bereikbaarheid Zuidas en de gemeente Amsterdam. Doel is om op basis van data specifieke maatregelen te kunnen nemen die de bereikbaarheid ten goede komen. In 2018 en 2019 vloeiden daar verschillende experimenten uit voort, die een indicatie moesten geven van wat helpt om de bereikbaarheid te vergroten en mobiliteit duurzamer te maken. Zoals de ‘E-bike try-out’, ‘Park&Bike’, ‘Bike to Work’ en ‘Go Cycling’, allemaal initiatieven van deelnemers aan het platform Van A tot Zuidas. Het waren kleinschalige experimenten en dus was ook de bekendheid niet zo groot,, maar toch bieden de resultaten aanknopingspunten. Deelnemers blijken namelijk de voordelen te zien van anders reizen dan ze gewend waren en daarom meer dan gemiddeld bereid om hun reisgedrag te veranderen. Dat biedt perspectieven voor meer duurzame bereikbaarheid in de toekomst.

De meeste werkenden en studenten reisden in 2019 met de trein van en naar Zuidas Foto: Marcel Steinbach

Trein favoriet

Wat leverde het Mobiliteitsonderzoek 2019 op? Een schat aan informatie en inzichten over onder meer manieren van reizen, de veranderingsbereidheid en de tevredenheid over vervoermiddelen. In 2019 kwam 36 procent van de mensen die in Zuidas werken of studeren met de trein, dat daarmee het populairste vervoermiddel was. In 2014 bedroeg dit percentage 30. Studenten dragen in belangrijke mate bij aan de koppositie van de trein. Van alle studenten (een kleine 23.000) reisde meer dan de helft per trein van en naar Zuidas. Na de trein kwam de (elektrische) fiets (25 procent) en vlak daarachter de auto (23 procent). Het aandeel van de elektrische fiets was in 2019 nog vrij klein (4 procent), maar verdubbelde ten opzichte van 2018. Deze stijging lijkt overigens vooral ten koste te gaan van de gewone fiets.

Na de trein was de fiets het populairste vervoermiddel Foto: Marcel Steinbach

Een of meer vervoermiddelen

Grofweg de helft van alle reizigers gebruikte één vervoermiddel om van en naar Zuidas te reizen. De andere helft legde een gedeelte af met een ander vervoermiddel. Het ging daarbij vooral om treinreizigers, die eerst naar het station fietsen of autorijden. Automobilisten gebruikten vooral de fiets, bus, metro of tram om het laatste deel van de reis te voltooien.

Trouw

Op het eerste gezicht lijken reizigers van en naar Zuidas niet erg trouw aan hun vervoermiddel: maar 30 procent reisde in 2019 altijd met hetzelfde vervoermiddel. In werkelijkheid echter, blijken alternatieve vervoermiddelen slechts incidenteel te worden gebruikt. Van de fietsers en automobilisten gaf 5 procent aan regelmatig of vaak voor een alternatief te kiezen, van de reizigers per bus, metro of tram 7 procent.

Afstand

Tot 10 km is de fiets het belangrijkste vervoermiddel naar Zuidas. Elektrische fietsen doen het goed tot zo’n 15 km. Tussen 15 en 20 km nemen de meeste reizigers de bus, metro of tram. Op langere afstanden voeren trein en auto de boventoon. Opvallend is dat van alle forenzen die tot 10 kilometer van Zuidas moeten komen, toch nog een kwart de auto pakt. Voor deze groep is de fiets een prima alternatief. Hier valt dus veel winst te behalen bij het verbeteren van de bereikbaarheid van Zuidas en het verduurzamen van mobiliteit.

Parkeren

Van iedereen voor wie de auto het hoofdtransportmiddel is, parkeert 75 procent op een parkeerlocatie die ter beschikking is gesteld door de werkgever. De rest parkeert op het openbare parkeerplaatsen en van deze groep krijgt 35 procent de kosten vergoed door de werkgever.

Mede dankzij de Noord/Zuidlijn nam de tevredenheid over metro, bus en tram in 2019 toe Foto: Marcel Steinbach

Tevredenheid

Gemiddeld geven werkenden op de Zuidas in 2019 een 7,1 voor hun trip van en naar Zuidas. Dit cijfer is sinds 2014 tamelijk constant. De tevredenheid van automobilisten is t.o.v. 2018 licht gedaald (naar 6,7). Vooral dankzij de Noord/Zuidlijn steeg de tevredenheid over bus, tram, metro van 6,4 naar 7,2.

Werktijden

Ook in Zuidas is werken grotendeels iets wat je doet van 9 tot 17. Forenzen en studenten komen meestal tussen 07.30 en 09.30 uur aan en vertrekken weer tussen 16.30 en 18.30 uur. Opvallend genoeg is bijna de helft van de mensen die in deze perioden reizen bereid om hun werktijden aan te passen en zo de spits te mijden. Dit zou de bereikbaarheid van Zuidas enorm ten goede komen.

MaaS

Met de verzamelde data kunnen nieuwe mobiliteitsmaatregelen in gang worden gezet. Zo is het mogelijk om per regio of per branche mensen te verleiden tot ander reisgedrag. Ook voor de MaaS-dienst in ontwikkeling (Mobility as a Service, waarvoor Zuidas een van de zeven landelijke pilotprojecten is) geeft het mobiliteitsonderzoek interessante informatie over reisgedrag. Het is de bedoeling dat deze dienst eind dit jaar in de appstore is te downloaden.

In 2019 gaven automobilisten de bereikbaarheid van Zuidas een 6,7 Foto: Jan Vonk

Reacties

Vond u dit artikel nuttig?

%Nuttig
van de mensen vonden dit nuttig.

Geef uw mening

Hou me op de hoogte van reacties op dit artikel