skip to main content

De Amsterdamse bodem is net een spekkoek. Ook in Zuidas, met onder de straat eerst een klei- en veenlaag, en vanaf een diepte van ongeveer -12 meter NAP een paar zandlagen. Al die lagen verschillen onderling nogal qua samenstelling en stevigheid, en ook de grondwaterstand speelt een belangrijke rol. Dat maakt nogal wat uit als je op die bodem huizen en kantoren wilt bouwen. Of juist in de bodem een kilometerlange tunnel wilt aanleggen – de A10-tunnel. Vanaf augustus 2025 doen we dan ook honderden bodemonderzoeken om te weten waar we mee te maken hebben, zodat we een tunnel kunnen bouwen die de rest van de eeuw probleemloos op zijn plek naast station Amsterdam Zuid blijft liggen.

Ankerpaalproef

Zo weten we dankzij Archimedes dat het grondwater de A10-tunnel omhoog zal gaan duwen. Daarom zetten we de tunnelbuizen in de bodem vast met honderden ankerpalen. We willen dan wel vooraf weten hoeveel belasting de palen aankunnen. Daarvoor gaat een twintigtal ankerpalen van ongeveer 30 meter lengte de grond in, met aan het uiteinde een mengsel van water en cement (grout) dat ondergronds uithardt en daarmee de paal in de grond verankert. Vervolgens trekken we van bovenaf met een vijzel aan de ankerpaal om te zien onder welke kracht hij bezwijkt. Dat geeft ons cruciale informatie over de soort en de hoeveelheid ankerpalen die we moeten gebruiken.

Ankerpalen en open bouwkuip
De ankerpalen zijn vooral van belang waar we bouwen volgens de open-bouwkuip-methode. We brengen daarbij eerst damwanden in de grond, om daartussen de ruimte voor de tunnel af te graven. Die vullen we met water en brengen dan een laag van onderwaterbeton aan, waarboven we het water wegpompen. Zo ontstaat een lege bouwkuip die nog lang niet zwaar genoeg is om de opwaartse stuwing tegen te gaan; de betonnen tunnelbuis ligt er immers nog niet in. De ankerpalen houden de bouwkuip dan op zijn plek.

Links het inbrengen van een ankerpaal, rechts de proefopstelling

Sonderingen

De massa van de tunnel zelf drukt het geheel juist naar beneden. Om te weten hoe we deze neerwaartse krachten het hoofd moeten bieden, zijn rond de 400 sonderingen nodig tot een diepte van maximaal -40 meter Normaal Amsterdams Peil (NAP). Tijdens zo’n proef drukken we met een sondeerwagen een sonde (ook wel ‘conus’) in de bodem, een smalle ijzeren staaf met aan het uiteinde verschillende sensoren. Daarmee meten we de weerstand en de draagkracht van de bodem. Zo kunnen we bepalen hoe de paalfundering voor de tunnelbuis eruit moet komen te zien – die moet immers sterk genoeg zijn om de tunnelbuis niet in de Amsterdamse grond weg te laten zakken.

Boringen

Verder onderzoek doen we door middel van ongeveer 300 boringen tot zo’n 30 meter de bodem in. In tegenstelling tot de sonderingen halen we dan daadwerkelijk stukjes grond naar boven, zowel ‘geroerd’ (los materiaal) als ‘ongeroerd’ (kleine kolommen ongestoord materiaal). Hiermee stellen we in het laboratorium vervolgens een nauwkeurig boorprofiel op, met daarin het type (bijvoorbeeld klei of zand) en de kleur van materiaal, de diepte waarop het gevonden werd, en de textuur en consistentie. Deze inzichten zijn onmisbaar om onder andere het ontwerp van de grondkerende constructies uit te kunnen werken. Daarnaast vertellen ze ons iets over de vervuiling en de kwaliteit van de bodem, wat nodig is als we tijdens de tunnelbouw grote hoeveelheden grond gaan afvoeren en eventueel hergebruiken – daar is strenge wet- en regelgeving voor.

Zo ziet een boorstelling eruit (de foto is niet in Zuidas gemaakt)

Representatieve steekproef

Vanaf maandag 11 augustus doen we een ankerpaalproef met 15 ankerpalen aan de zuidzijde van de A10 Zuid, langs Spoorslag tussen het Gustav Mahlerplein en de Antonio Vivaldistraat. Op vrijdag 29 augustus starten we aan de noordzijde van de A10 Zuid vlak bij de Nieuwe Rechtbank; ook hier telt de proef 15 ankerpalen. De boringen en sonderingen doen we op dezelfde twee locaties. Dat aantal breiden we later flink uit, maar eerst willen we weten welk materieel we daarvoor het best in kunnen zetten – het liefst zo klein mogelijk, om zo de hinder voor de omgeving te beperken. De bodemonderzoeken zijn in november dit jaar afgerond .

De twee onderzoeklocaties (klik voor vergroten)

Alleen hinder bij Spoorslag
Op maandag 11 augustus tot en met november 2025 is Spoorslag tussen de Beethovenstraat en de Antonio Vivaldistraat (bij EY en EMA) afgesloten voor fietsers en voetgangers. De omleiding gaat via de Maurice Ravellaan. Let op: vanaf 13 oktober is de Ravellaan afgesloten vanaf de Beethovenstraat. Autoverkeer rijdt dan om via de Vivaldistraat, fietsers en voetgangers kunnen om het werk heen. Het bodemonderzoek bij de Nieuwe Rechtbank start op vrijdag 29 augustus en levert geen hinder op.
 
Van 18 augustus tot 12 september is Spoorslag de andere kant op afgesloten, tussen de Beethovenstraat en het Gustav Mahlerplein. Voor de tunnelbouw maken we daar dan de ondergrond vrij van kabels en leidingen. De omleiding gaat via de Gustav Mahlerlaan.

Antonio

Onderzoekslocatie B staat iets te ver naar het oosten op het kaartje

Saskia Blaas I Zuidasdok

Je hebt helemaal gelijk, we laten het aanpassen. Bedankt voor het doorgeven.

Piet

Hoe zinvol is het, om een "tunnel" aan te leggen op deze plek? De kosten zijn enorm, maar wat zijn de voordelen? De Gaasperdammer"tunnel" bracht geen verbinding tussen noord en zuid, met zich mee, echter wel een extra barriere. Liever een aarden wal aan weerszijden van de A10, met planten, struiken en bomen.

Saskia Blaas I Zuidasdok

Dag Piet, er reizen zoveel mensen door en naar dit deel van Amsterdam dat er uitbreiding van de weg en het spoor nodig is. De A10 tussen de Nieuwe Meer en de Amstel krijgt er daarom aan elke kant 2 rijstroken bij. En aan de zuidkant van het station komen 2 extra sporen voor internationaal treinverkeer. Dat past niet allemaal bovengronds. In het dichtst bebouwde deel van Zuidas brengen we de A10 ondergronds. Hierdoor winnen we bovengronds meer dan 100.000m2 openbare ruimte. Niet alleen voor een groter station, met een bus- en tramstation bij de stationentrees, maar ook meer groene ruimte voor fietsers en voetgangers.