skip to main content

Op zondag 1 november verhuisde station Amsterdam Zuid naar de nieuwe Brittenpassage zo’n 200 meter verderop. En onze reizigers (nu zo’n 120.000 per dag) ‘verhuisden’ natuurlijk mee. Om te zien hoe zij zich dagelijks door het gebied bewegen, hebben we onder meer in de Eduard van Beinumstraat, de Benjamin Brittenstraat en de Parnassusweg 11 sensoren geplaatst. Die registreren anoniem hoeveel mensen zich door het gebied bewegen en in welke richting. Dat willen we weten, omdat we de komende jaren nog veel gaan bouwen rondom het station – vooral aan de tunnel voor de A10 Zuid. Tijdens die werkzaamheden willen we het gebied natuurlijk zo functioneel en veilig mogelijk houden.

Nr. 4 is komen te vervallen, nummering is dezelfde als in het gemeentelijk monitoringssysteem (zie kader verderop)

Periodieke metingen

In het najaar van 2024 deden we al zo’n meting. Toen leerden we dat de opgang naar de treinperrons in de Parnassusweg (de ‘kamelenbult’) vaker werd gebruikt dan we dachten, en pasten onze rekenmodellen daarop aan. Een verbreding van die opgang lag voor de hand, zeker toen de treinperrons begin 2026 een stuk dichter bij de Parnassusweg kwamen te liggen. ‘Maar de toename in drukte bleek niet genoeg voor een kostbare aanpassing’, zegt Jeroen Stegeman van Zuidasdok daarover. ‘Een goed voorbeeld van waarom we die metingen doen.’

Noordzijde: Eduard Van Beinumstraat

Dat geldt zeker nu de situatie flink gewijzigd is. Zo moeten reizigers die van de Strawinskylaan (haltes voor stad- en streekvervoer) naar het nieuwe station willen zo’n 200 meter extra lopen, via de Eduard van Beinumstraat. ‘We verwachten daar dan ook een behoorlijke toename van voetgangers’, zegt Jeroen Stegeman van Zuidasdok. ‘Met de verzamelde data zien we of daarvoor genoeg ruimte is. Maar bijvoorbeeld ook hoeveel ruimte we daarvan moeten overhouden als we daar in de toekomst een deel van de noordelijke A10-tunnel gaan bouwen.’

Zuidzijde: omgeving Benjamin Brittenstraat

Ook in de Schönberglaan, de Brittenstraat en de Debussylaan aan de zuidkant van het station wordt het veel drukker dan voorheen. Daarom ging de openbare ruimte daar al flink op de schop, met meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Stegeman: ‘Dat gebied verbindt het stationsgebied met buurt Kenniskwartier. We zijn vooral benieuwd hoe de drukte zich verspreid over de Brittenpassage en de Parnassusweg, zeker nu het station dichter bij de nieuwe tramhalte in de Parnassusweg ligt.’

De geplaatste sensoren maken onderdeel uit van het meet- en monitoringssysteem voor fietsers en voetgangers in de Amsterdamse openbare ruimte (Langzaam Verkeer Monitoringssysteem Amsterdam, LVMA). Op deze kaart kunt u zien op welke locaties in de stad de sensoren zich bevinden.

Interwijkverbinding

Met OV-poortjes aan beide zijden van het station, weten we straks ook hoeveel mensen het station alleen gebruiken als route om van noord naar zuid te lopen en andersom. ‘Dat kunnen ze ook doen via de Beethovenstraat en de Parnassusweg, maar we verwachten dat veel mensen daarvoor de passage gaan gebruiken’, aldus Stegeman. ‘Met wellicht een korte stop bij een van de stationswinkels.’

Ruimte en tijd

Ook dat is goed om te weten voor als we over een tijdje pal naast het station de A10-tunnel gaan graven. Daarvoor moeten we een deel van de tijd een stationsingang afsluiten, waardoor de Parnassusweg intensiever gebruikt zal worden om naar de andere kant van het station te wandelen. Stegeman: ‘Als we kunnen inschatten hoeveel mensen dat zijn, dan weten we bijvoorbeeld ook hoe breed de stoep in de Parnassusweg moet zijn.’ Zijn aandacht gaat bij de metingen overigens niet alleen naar de ruimte, maar ook naar de tijd: ‘Als we weten hoe de drukte verloopt over de dag en over de week, dan kunnen we ook bepalen wat voor de stationsgebruiker het veiligste moment is om werkzaamheden uit te voeren.’