Duurzaamheid Zuidas Business District

Stroom wordt steeds ingewikkelder

Het lijkt zo vanzelfsprekend als je je laptop inplugt: er komt stroom uit het stopcontact, je kunt aan het werk. Toch is goede stroomvoorziening een hele klus. En vooral om die zo te houden. Al helemaal in Zuidas.

Alle groene ambities ten spijt, vraagt Amsterdam in 2050 tweeënhalf tot vijf keer zoveel elektrisch vermogen als nu. Zo luidt althans de voorspelling van Liander en de gemeente Amsterdam. De netbeheerder houdt het goed in de gaten, om te zorgen dat al die stroom straks ook echt uit de stopcontacten komt. Het is een bijna onzichtbare megaklus. ‘Stroom is voor veel mensen een gegeven’, zegt Huub Hendriks, relatiemanager bij Liander. ‘Mensen weten niet wat voor complexe infrastructuur erachter hangt.’

Vanuit de weilanden

De infrastructuur voor de stroomvoorziening in Zuidas zit voor een belangrijk deel verstopt in Zorgvlied, de kleurige gebouwtjes achter tramhalte Drentepark (het begin- en eindpunt van tramlijn 4). Daarbinnen zet Liander hoogspanning uit de weilanden om in laagspanning voor huishoudens en kantoren. En dat op een zo klein mogelijk oppervlak in de dicht bebouwde Zuidas. Vervolgens gaat de stroom de wijk in. Via de grond, waar het ook al een drukte van jewelste is met andere leidingen, boomwortels en funderingen. Alsof dat al niet ingewikkeld genoeg is, komt er de komende decennia alleen maar meer stroomvraag bij en gaat er juist nog meer ruimte voor stroomvoorziening af.

Het nieuwe kantoor van EMA verlicht
Het nieuwe kantoor van EMA verlicht Foto: Marcel Steinbach

Toekomst voorspellen

Liander is gewend om dertig of veertig jaar vooruit te kijken. ‘De gemeente heeft alles in Zuidas al bestemd’, zegt Hendriks. ‘Daarop plannen wij onze netten.’ Natuurlijk weet ook Liander niet precies hoe ons stroomgebruik er tegen die tijd uitziet. ‘We doen aannames op allerlei segmenten en splitsen die uit naar drie scenario’s. Ergens in het midden zullen we uitkomen. Zo voorspel je de toekomst.’ Niet feilloos natuurlijk, Liander stuurt constant bij. ‘De studie met de gemeente uit 2018 gaan we dit jaar weer actualiseren.’

Stroomvreters

Wat Liander wel al zeker weet is dat er de komende decennia steeds meer infrastructuur nodig is voor elektriciteit. Dat komt niet alleen door het groeiend aantal woningen en bedrijven op de nog te bebouwen kavels in Zuidas. Maar ook omdat we met zijn allen steeds meer stroom nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan datacenters, nodig voor al ons digitale verkeer. Die verbruiken heel veel elektriciteit en onze behoefte eraan zal de komende jaren naar alle verwachting alleen maar groeien. Twee andere belangrijke stroomvreters van de toekomst zijn elektrisch vervoer en elektrische verwarming. ‘De energietransitie heeft een enorme impact op onze elektriciteitsnetten. Nieuwe gebouwen worden verwarmd met water op lage temperatuur’, zegt Hendriks. ‘Heet tapwater moet je dan naar 60 of 80 graden opkrikken met een warmtepomp, die draait op elektriciteit. Dat heeft veel impact.’ En zelf opgewekte stroom? Is dat niet ook iets van de toekomst? Hendriks schudt zijn hoofd. ‘Grote zonneparken of windmolens zul je hier niet zo snel zien’, zegt hij. Hoe dan ook zal het Liander geen gepuzzel schelen. ‘Decentrale opwekking vraagt ook meer infrastructuur.’

Het circulaire paviljoen Circl, badend in het licht op het Mahlerplein
Het circulaire paviljoen Circl, badend in het licht op het Mahlerplein Foto: Jan Vonk

Een soort snelwegen

De netbeheerder investeerde vorig jaar 134 miljoen euro in uitbreiding van het netwerk in Amsterdam, in 2020 loopt dat op tot 154 miljoen. Het is nodig om de stroom over de stad te verdelen in steeds lager voltages. De elektriciteit komt vanuit de weilanden Zorgvlied binnen op hoogspanning, want dat is het meest efficiënt. ‘Als een soort snelwegen’, zegt Hendriks. ‘Door elektriciteit op hoge spanning te transporteren zijn minder kabels nodig en gaat relatief weinig stroom verloren’. In de stad moet dat anders. ‘Daar zijn lokale of provinciale wegen nodig’, zegt Hendriks. Stopcontacten leveren immers laagspanning, op het bekende 230 volt. Alleen grote klanten, zoals NS, de tram of grote kantoren, krijgen van Liander een eigen kabel op middenspanning. Daar zijn weer extra gebouwtjes voor nodig, die Hendriks ‘stekkerdozen’ noemt. Sommige daarvan staan in Zorgvlied, andere pasten daar niet meer en staan verderop in de wijk. Door de stroom op hogere spanning dicht bij de klant te brengen, gaat er bovendien minder stroom verloren. De stekkerdozen zitten vaak wel goed verstopt, zoals in Pavillion aan de Fred. Roeskestraat. Zo hoeven de bewoners en anderen er niet tegenaan te kijken. En dan kunnen ze rustig blijven geloven dat stroom vanzelf uit hun stopcontact komt.

Foto: Marcel Steinbach

Reacties

Vond u dit artikel nuttig?

%Nuttig
van de mensen vonden dit nuttig.

Geef uw mening

Hou me op de hoogte van reacties op dit artikel

16 februari 2020 | 19:20

Jan

Een mooi en duidelijk verhaal!

Schrijf een reactie
0
+1