skip to main content

Stel je voor: Na 2035 komt in hartje Zuidas zo’n 100.000 vierkante meter – zeg 14 voetbalvelden – aan ruimte beschikbaar. Hoewel dat nog wel even duurt, werkt een 4-koppig team binnen Zuidasdok dagelijks aan het ontwerp daarvan. Een prachtige klus, zeggen ze zelf, maar zeker geen simpele. Al is het maar omdat er binnen die pak ‘m beet 10 jaar nog van alles staat te gebeuren en veranderen. ‘We gaan bouwen aan de A10 Zuid-tunnel aan weerszijden van het station, terwijl dat station ook nog wordt verbouwd. De openbare ruimte moet binnen die jaren continu begaanbaar en bereikbaar blijven. Daarnaast hebben we een eindbeeld voor ogen. Het voelt soms alsof we op twee borden aan het schaken zijn.’

Stuk Amsterdam teruggeven aan de stad

We spreken Niels Monster en Wouter Veugelers. Zij maken onderdeel uit van het team dat zich bezighoudt met het ontwerp van de openbare ruimte tijdens de bouw van Zuidasdok én van de eindsituatie. En al snel blijkt met welke enthousiasme ze dat doen. ‘Ik vind het fantastisch om een stuk Amsterdam te mogen ontwerpen dat we straks, na de bouw van de tunnel, in feite weer teruggeven aan de stad,’ zegt Monster. Veugelers vult hem aan: ‘En het mooie is: dat doen we voor iedereen. Voor de reizigers, de mensen die hier werken en wonen, maar ook bijvoorbeeld de mensen die slecht ter been zijn. Hoe doe je dat zo goed mogelijk, terwijl de bouw ruimte nodig heeft en de grond open ligt voor de tunnelbouw? Een mooie uitdaging.’

Aangename tijdelijkheid

In 2027 start de bouw van de tunnel, en ook de vernieuwing van station Amsterdam Zuid gaat de komende jaren onverminderd door. ‘We hebben met elkaar afgesproken: ook tijdens die bouw moet het gebied zo aangenaam mogelijk zijn,’ zegt Monster. ‘Je kunt natuurlijk een hek om het werk zetten en de boel bestraten, maar dat willen we niet.’ Veugelers: ‘Neem de Eduard van Beinumstraat en het plein aan de zuidkant van de nieuwe Brittenpassage, bij de Arnold Schönberglaan. Het gaat de komende jaren nog veelvuldig op de schop voor de tunnel. We graven niet in één keer een bouwkuip van een kilometer lengte, maar we bouwen de tunnel in moten van zo’n 25 tot 30 meter. Er ligt dus altijd ergens wel iets open. Toch leggen we nu tijdelijke openbare ruimte aan met veel groen, zitgelegenheid, en vrijwel alleen maar circulaire materialen. Natuurlijk moet het doelmatig zijn, maar óók kwalitatief. Dat is niet per se makkelijker of goedkoper, maar wel iets dat we belangrijk vinden.’

Ruimte voor boomwortels

Ondertussen is het ‘eindbeeld’ van na 2035 nog niet in beton gegoten. Monster: ‘We hebben een plaatje van hoe we het voor ons zien en hebben afgesproken. Maar de tunnel is nog in de ontwerpfase. Zo kijken we naar de diepte van de tunnel. Hoe dieper je de tunnel bouwt, hoe meer grondlagen je door moet. Dat brengt risico’s met zich mee. Tegelijkertijd willen we bovenop de tunnel bomen planten – daar hebben we voldoende grond voor nodig.’ Veugelers: ‘Stel, je hebt een meter grond bovenop de tunnel. Daar moet je kabels en leidingen in kwijt, maar ook grond voor boomwortels om in te groeien. En de systemen voor de aan- en afvoer van water voor de bomen, ga zo maar door. Als die ruimte minder wordt, krijgen die boomwortels ook minder ruimte. Het is aan ons om de best mogelijke oplossingen te zoeken in het ontwerp.’

Elke centimeter telt

En niet alleen het ontwerp van de tunnel speelt een rol. ‘We moeten die 10 hectare zo inrichten dat ook de vuilnismedewerker, de straatveger en het groenonderhoud ermee uit de voeten kunnen,’ zegt Monster. Daarnaast verandert het gebied eromheen continu. ‘Zo wordt onderzocht of het haalbaar is om op den duur van bepaalde verkeersaders in Zuidas eenrichtingsverkeer te maken. Dat is natuurlijk van invloed op de inrichting van de openbare ruimte. En vergeet het openbaar vervoer niet: er komt een nieuwe tramhalte, een busstation en een vijfde en zesde treinspoor. Elke wijziging brengt een reeks aan nieuwe met zich mee.’ Veugelers: ‘Aan ons de taak om overal op in te springen, altijd met het gewenste eindbeeld voor ogen. En dat doen we: we maken ons hard voor iedere centimeter.’

Het eindbeeld

De tunnel gaat onderdeel uitmaken van een verbrede A10 Zuid. Tussen de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel komen in beide richtingen twee extra rijstroken voor verkeer met bestemming Amsterdam. Met de tunnel ontstaat bovengronds zo’n 100.000 vierkante meter aan extra ruimte. Zo ontstaat plek voor de uitbreiding van station Amsterdam Zuid met een vijfde en een zesde treinspoor. Bovendien komt bovenop het dak van de tunnel een nieuwe tramhalte en een busstation. Daarnaast is er plek voor groene openbare ruimte, zoals het Dokdakpark. Verder is er minder (geluids)hinder en wordt de lucht in het centrum van Zuidas schoner. Volgens de huidige planning is de zuidelijke tunnel gereed in 2034 en de noordelijke tunnel in 2035.

Dit is de achtste aflevering in een serie over het ontwerp van de tunnel in de A10 Zuid en over de technieken en de uitdagingen die daarbij komen kijken. Aflevering 1 ging over voorbereidingen achter de schermen, aflevering 2 over het ruimtegebrek bij de tunnelbouw, aflevering 3 over het opschuiven van de A10 Zuid, aflevering 4 over het bereikbaar houden van station Amsterdam Zuid tijdens de bouw, aflevering 5 over grondkeringstechnieken, aflevering 6 over technische installaties en aflevering 7 over het afvoeren van de grond die vrijkomt bij de tunnelbouw.