skip to main content
Het groen op Valley groeit gestaag

Het is niet de uitrusting die je bij een hovenier zou verwachten. Winnie draagt een ingenieus harnas dat haar gehele romp omsluit. Op de buik en rug zit een grote metalen lus, in haar hand heeft ze een opgerold touw dat ze aan die lus kan vastklemmen. ‘Valbeveiliging’, legt haar collega Reinier van der Beek uit. Als werkvoorbereider bij Wencop Hoveniers is hij verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de tuinen van het iconische Valley. ‘We hebben maar een handvol medewerkers die de tuinen mogen onderhouden. Ze moeten eerst een veiligheidscursus volgen. Dan heb je een prachtige klus.’ Erachteraan zegt hij lachend: ‘Maar je moet geen hoogtevrees hebben.’

Marcel Steinbach

Onkruid wieden

Het in 2021 opgeleverde complex Valley is in nog geen jaar uitgegroeid tot de eyecatcher van Zuidas. Het door architect Winy Maas (MVRDV) ontworpen gebouw ontleent zijn naam aan de rotsachtige woontorens en het groen waarmee ze zijn bekleed. Het ontwerp voor de weelderige vallei komt van de internationaal vermaarde landschapsarchitect Piet Oudolf. Het onderhoud ervan is best een klus – al die bomen, struiken en bloemen groeien natuurlijk niet (helemaal) vanzelf. ‘Twee hele dagen per week doet een vast medewerkerskoppel het onderhoud. Het gaat dan voornamelijk om onkruid wieden’, zegt Van der Beek wanneer hij ons meeneemt op zo’n dagelijkse onderhoudsronde. ‘Dat lijkt vaak, maar vergis je niet: het gebouw heeft om precies te zijn 498 daktuinen.’

100 meter lang touw

Dat vaste koppel bestaat naast Winnie uit William, die net als zijn collega een tuigje draagt. Wanneer de twee een daktuin opgaan, klikken ze dat tuigje middels het touw vast aan daarvoor bestemde haken in het plafond of in de tuin. ‘Mocht een van ons naar beneden glijden, dan moet de ander hem kunnen redden door ook mee af te dalen,’ legt Winnie nuchter uit. ‘Die kan dan een touw van honderd meter aankoppelen – precies de lengte vanaf de bovenste daktuin tot aan de zogenaamde vallei op de zesde verdieping.’ Terwijl ze vertelt, trekt Winnie behendig lange stelen Canadese fijnstraal – een onkruid – uit de aarde in een van de daktuinen. De bak staat er vol mee. ‘Neem je die klaprozen ook mee?’, vraagt Reinier ondertussen. ‘Niet dat ik ze niet mooi vindt hoor’, zegt hij daarna tegen ons. ‘Maar ze horen nu eenmaal niet in het ontwerp. En de zaadjes waaien snel over naar andere tuintjes.’

Bewoners in badjas

Omdat de balkons van Valley verspringen, is het onmogelijk de daktuinen van buitenaf met een kraan te betreden. De hoveniers moeten dus dwars door de appartementen heen om ze te bereiken. ‘Bewoners krijgen van tevoren een seintje en moeten dan thuis zijn of een sleutel achterlaten’, vertelt Winnie. ‘Er zit wel eens een ochtend tussen waarop we heel veel chagrijnige mensen in badjas zien’, lacht ze. ‘Maar ik begrijp het wel hoor, het komt niet altijd uit. En over het algemeen werken de bewoners heel vriendelijk mee.’ Het wateren van al dat groen is dan weer een makkelijker verhaal: alle daktuinen zijn voorzien van druppelslangen, die op ingestelde tijdstippen water afgeven.

Valley vanuit centrale hal The Grotto

Bloeiende vallei

Wanneer we vanaf een van de daktuinen over de vallei uitkijken – de openbare tuin op de zesde verdieping van het gebouw – valt op dat deze flink in bloei staat. ‘Dat komt door de goede beschutting. Veel zon, weinig wind’, zegt Van der Beek. ‘Zie je die liquidambar, ook wel een amberboom genaamd?’ Hij wijst naar een prachtige boom in het midden van de vallei. ‘Die groeit geweldig. Hij is nu een meter of vijf hoog, maar dat kunnen er makkelijk tien worden. En hij wordt zeker ook drie keer zo breed als hij nu is.’

Bomen in de lift

Maar het duurt nog wel even voor het groen welig over de gevels van Valley tiert en de boomtoppen richting de hemel rijken, zegt Van der Beek erbij. Zo geldt voor de bomen in de daktuinen dat ze, weer vanwege die verspringende gevel, niet naar boven gehesen konden worden. ‘En dus moesten we ze allemaal met de personenlift naar boven krijgen. Om die reden konden ze niet groter zijn dan pakweg tweeënhalve meter. Zo groot als in de natuur zullen ze niet worden, maar deze bomen groeien nog wel uit tot een meter of vijf hoog. Maar dan ben je wel een jaar of drie, vier verder.’

Geef uw mening