skip to main content
Turmac-gebouw: ruimte voor ‘spel met natuur’

‘Ik had zelf jarenlang in fabrieken gewerkt en wist dus dat die altijd geschilderd waren in kleuren waar je het stof niet op zag. Dan hoefde je niet zo veel te poetsen. Ik vond dat altijd heel triest.’ Toen Alexander Orlow na de oorlog een sigarettenfabriek opbouwde in Zevenaar wist hij dat dit bij hem anders moest. En anders werd het. Niet alleen in die fabriek, maar later ook op de hoek van de De Boelelaan en de Antonio Vivaldistraat.

Peter Stuyvesant Collectie

Na de Tweede Wereldoorlog koopt Orlow een stalen brug van de Nederlandse regering, waarmee hij de verwoeste tabaksfabriek in Zevenaar opknapt. Hij bouwt op, reorganiseert en krijgt de productie van merken als Stuyvesant, Pall Mall, Dunhill en Rothmans weer op peil. In 1955 wordt zijn werk beloond en wordt Orlow president-directeur van de zogeheten Turmacfabriek, waarop hij in de jaren daarna pas echt zijn stempel drukt. Orlow weet uit ervaring hoe saai de omgeving en het werk in de fabriek kunnen zijn. ‘Een meisje staat soms jarenlang aan één machine en die slaat de ogen op en ziet voortdurend hetzelfde.’ Om die monotonie tegen te gaan, zet de directeur een experiment op. In eerste instantie laat hij de muren in pastelkleuren schilderen, later hangt hij verplaatsbare kleurvakken op in de fabriekshal. Die werken goed, maar zijn voor kunstliefhebber Orlow niet genoeg. Op 4 juli 1960 verschijnen boven de gigantische productiemachines in Zevenaar een aantal grote abstracte kunstwerken. Het is het begin van wat later uitgroeit tot de beroemde Peter Stuyvesant Collectie.

Alexander Orlow

Kale grond in Buitenveldert

In de decennia die volgen, kopen Orlow en zijn vrouw Jacobine enorme hoeveelheden hedendaagse kunst aan. Vrijwel alle werken in die collectie komen op dezelfde, onconventionele plek te hangen. De harde werkers in de sigarettenfabriek kijken uit op kunst van onder meer Karel Appel, Armando, Jef Diederen, Lucebert en David Salle. Hoewel vast niet alle werknemers er even veel om geven, zijn er ook die besluiten een kwast en doek in huis te halen om te kijken hoe ze zelf zo’n werk kunnen maken. Als ze onder werktijd vragen beginnen te stellen over de kunstenaars, organiseert het bedrijf educatieve lezingen in het weekend. Ondertussen groeit Turmac gestaag door en is de veelvuldige export naar andere landen de aanleiding om een administratief hoofdkantoor te bouwen. Locatie: een nog kaal stuk grond in Buitenveldert. Voor het ontwerp benadert Orlow de bevriende architect Hein Salomonson. Die bouwde in 1960 al een stadsvilla aan de Apollolaan voor de directeur en diens vrouw, die daar uitbundige feesten organiseren voor de Amsterdamse ‘high society’.

Architect Hein Salomonson
Stadsarchief Amsterdam - Doriann Kransberg

Binnentuin

Voor het kantoor laat Salomonson zich, zoals wel meer architecten in die jaren, sterk inspireren door de ideeën van de Franse architect Le Corbusier. Op basis van diens meetsysteem Modulor, een variant op de gulden snede, tekent de architect een gebouw ‘dat als omgeving iets voor de mensen kan betekenen en dat ruimte laat voor spel met kunst en natuur’. Die doelstelling is vooral goed zichtbaar in de plattegrond van het gebouw. De administratieve afdelingen zijn in een vierkant om een binnentuin van landschapsarchitect Mien Ruys geplaatst. Haar patio, die dus middenin het pand staat, zorgt ervoor dat het kantoor nogal in zichzelf gekeerd lijkt. Van buitenaf is het een vrij gesloten, bakstenen geheel. Eenmaal binnen kijk je juist door grote glazen wanden naar die tuin. Een belangrijke reden daarvoor is dat Salomonson tijdens het ontwerpen nog niet weet wat er verder rondom het pand gebouwd zal worden. Door de werkruimtes om de tuin en fontein van Mien Ruys te plaatsen, weet hij zeker dat de werknemers zicht zullen hebben op de gewenste natuur, ongeacht wat er met de omliggende kavels zal gebeuren.

De patio van het kantoor

Openbare exposities

Naast de tuin staat uiteraard ook de kunst centraal. Die is zichtbaar op de werkvloer, maar ook in een speciale daarvoor ontworpen tentoonstellingsruimte. Om de werken een neutraal podium te bieden, kiest Salomonson voor eenvoudige materialen: beton, aluminium, witte wanden en hier en daar wat eikenhout. Ze zorgen ervoor dat de collectie goed tot haar recht komt, zowel voor de medewerkers als voor de bezoekers die er geregeld over de vloer komen. In de decennia na de oplevering van het kantoor in 1966 zijn er geregeld openbare exposities van de steeds verder uitgroeiende bedrijfscollectie. Wat begon als een idealistisch experiment groeit uit tot een toonaangevende verzameling, die geregeld in het buitenland te zien is. Toch gaat die verzameling uiteindelijk ten onder aan de schaduwzijde van Turmac.

Kunst in het Turmac-kantoor, 1966

Veiling

De kapitalen die het bedrijf in de collectie steekt, komen voort uit de verkoop van sigaretten. Die verkoop begint in de jaren negentig echter terug te lopen en krijgt met het rookverbod in de horeca in 2008 een enorme klap. Die klap heeft grote gevolgen voor de collectie, die inmiddels de BAT Artventure kunstcollectie is gaan heten, zodat er geen associatie meer is met het sigarettenmerk Stuyvesant. British American Tobacco Nederland, sinds 2000 eigenaar van Turmac, kiest eieren voor zijn geld en besluit de collectie te laten veilen. In 2010, een half jaar na het overlijden van initiatiefnemer Orlow, begint veilinghuis Sotheby’s met de verkoop die uiteindelijk ruim 17,5 miljoen euro oplevert. Een mooi bedrag voor de tabakshandelaar, maar ook een treurig einde aan een van de eerste gerenommeerde bedrijfscollecties in Nederland.

Het Turmac-kantoor in 2010
Amsterdam Stadsarchief - Doriann Kransberg

Gemeentelijke monument

Hoewel het vooral ontworpen is om er binnen te zijn, zal het pand van Hein Salomonson aan de Vivaldistraat (destijds de Drentestraat) gelukkig niet zomaar aan het oog worden onttrokken. In 2015 kreeg het de status van gemeentelijk monument, vanwege de bijzondere opzet en de grote rol van beeldende kunst op de werkvloer. Een mooie waardering voor zowel de bouw van Salomonson, als het idealistisch werkgeverschap van Alexander Orlow.

Dit is de elfde en laatste aflevering in een serie over Rijks- en gemeentelijke monumenten in en rond Zuidas. De eerste aflevering ging over de Thomaskerk. De tweede over de oude rechtbank. De derde over de Europahal. De vierde over het Burgerweeshuis. De vijfde over de Rietveld Academie. De zesde over de Begraafplaats Buitenveldert. De zevende over Tripolis. De achtste over de Warnersblokken. De negende over Kapel en Convict. En de tiende over de Princesseflat.

Tekst: Jort van Dijk

Geef uw mening

Monique Disselhoff Gribnau

Mooie serie over monumentale gebouwen, waarvoor dank. Zou het niet goed zijn ook te schrijven over de monumentale parken in en rond Zuidas, zoals het Rijksmonumentale Gijsbrecht van Aemstelpark van Wim Boer?

Annick | Zuidas Amsterdam

Beste Monique, We hebben het besproken, maar we houden het echt bij monumenten op Zuidas. Dank voor je suggestie.

Annick | Amsterdam Zuidas

Beste Monique, ik geef je leuke idee door aan de redactie.

Daniel

Wat een leuk artikel weer en wat jammer dat het de laatste van een reeks is!

Annick | Amsterdam Zuidas

Dank je wel Daniel.